Werknemer betaalt voor zijn bedrijfswagen

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

 

Aftrekbaarheid van autokosten en voordelen van alle aard

 

De fiscale aftrek van autokosten is zowel voor natuurlijke personen als voor vennootschappen sterk beperkt. Samengevat komt het erop neer dat die aftrekbaarheid afhankelijk is van de CO2-uitstoot van het voertuig.

 

Maar als het gaat om een bedrijfswagen die ter beschikking gesteld wordt, dan is er sprake van een voordeel van alle aard en dan is die bedrijfswagen eigenlijk een loon. En op loon is er dan weer geen beperking qua aftrekbaarheid.

 

Stel bijvoorbeeld dat de wagen 10.000 euro per jaar kost. En stel dat het voordeel van alle aard 3.600 euro bedraagt. U mag dan het voordeel van alle aard aftrekken van de autokosten (er blijft dan nog 6.400 euro over). En op dat overblijvend gedeelte moet u de aftrekbeperking toepassen. We gaan er hierna vanuit dat de aftrekbeperking 75% is.

 

Hoe loopt dat concreet? In uw boekhouding worden de autokosten gewoon afgetrokken. Maar in de aangifte vennootschapsbelasting wordt het niet-aftrekbaar gedeelte van die autokosten weer toegevoegd via de zogenaamde 'verworpen uitgaven'. En dat zou dan in dit geval 6.400 euro x 75% zijn.

 

De bijdrage van de werknemer

 

Stel nu dat de werknemer een eigen, maandelijkse bijdrage betaalt voor de bedrijfswagen. Als hij bijvoorbeeld 50 euro per maand betaalt, 600 euro op jaarbasis, dan is het belastbaar voordeel niet 3.600 euro, maar 3.000 euro.

 

De vraag is dan hoeveel in verworpen uitgaven terecht komt. Nog steeds 75% van 6.400 euro of 75% van 7.000 euro (want het belastbaar voordeel van alle aard is nog slechts 3.000 euro).

 

Hof van beroep

 

In een zaak die in 2017 voor het hof van beroep van Brussel werd gebracht, ging het over een werkgever die zijn werknemer een bedrijfswagen aanbood. Maar de werknemer betaalde voor die bedrijfswagen exact het bedrag van het voordeel. Daardoor had de werknemer dus eigenlijk geen belastbaar voordeel.

 

De fiscus leidde daaruit af dat de aftrekbeperking voor autokosten moest toegepast worden op het totale bedrag. Immers ... er was geen voordeel meer.

Maar het Brussels hof van beroep volgde de fiscus niet. 

Het hof meent dat de aftrekbeperking speelt bij diegene die de kosten moet dragen. Met andere woorden, in de mate dat het personeelslid de kosten maakt (door de terugbetaling) moet de aftrekbeperking voor autokosten dààr toegepast worden, en niet bij diegene die de kosten terugbetaald krijgt. Het feit dat het personeelslid de kosten niet effectief zal inbrengen, speelt in dat opzicht geen rol.

 

Hof van Cassatie

 

De zaak belandde uiteindelijk voor het Hof van Cassatie. En dat oordeelde recent op dezelfde wijze als het hof van beroep van Brussel. Het komt er als het ware op neer dat enkel het beroepsmatig gebruik door de vennootschap aan de aftrekbeperking wordt onderworpen. In de mate dat door de toekenning van het voordeel er geen beroepsmatig gebruik is van het voertuig in hoofde van de vennootschap, is er geen aftrekbeperking.

Het feit dat de vennootschap terugbetaling krijgt van exact die kosten is niet relevant voor de aftrekbeperking.

 

De werknemer draagt zelf kosten

 

Voor de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen werd dan ook nog een discussie gevoerd die op het eerste zicht niet direct gekoppeld is aan de aftrekbaarheid van de autokosten. In casu had een bank haar personeelsleden een bedrijfswagen aangeboden. Ze werden daar conform de gebruikelijke waarderingsregels op belast.

 

Maar de werkgever trok van het belastbaar bedrag allerlei kleine kosten af die de werknemer zelf betaalde zoals een carwash, een ruitenwisser die vervangen werd, de benzinekosten in het buitenland. De werknemer betaalde dus geen eigen bijdrage maar betaalde wel bepaalde uitgaven. De vraag die zich stelde was of die bedragen mochten afgetrokken worden van het forfaitair voordeel van alle aard.

 

Eigen bijdragen zijn absoluut aftrekbaar. Dat staat gewoon in de wet. Maar is het dragen van dit soort kosten wel gelijk te stellen met een eigen bijdrage? De fiscus meende alvast van niet en de rechtbank van Antwerpen bevestigt die stelling. De redenering die zij maken is dat de kosten die de werknemer zelf betaalt, geen deel uitmaken van het forfaitaire voordeel van alle aard en dat ze er om die reden ook niet van afgetrokken mogen worden.

 

Geen eigen bijdragen en dus geen impact op verworpen uitgaven

 

Hoewel fiscaliteit hoegenaamd niet rijmt met logica, moeten we concluderen dat de sommen die werknemers op deze manier uitgeven aan hun bedrijfswagen niet alleen niet van het belastbaar voordeel mogen worden afgetrokken, maar dat die sommen ook geen impact hebben op het bedrag van de niet-aftrekbare autokosten.

 

Uitkijken of de minister van Financiën met de aangekondigde hervorming van de aftrekbaarheid van bedrijfswagens de rechtspraak pro belastingplichtige niet countert met nieuwe wetgeving.